Binnen doelgroep: Kleuters (2,5-6j)
Artikeloverzicht Bewaren

Triadisch model van Renzulli

820

Om te spreken over cognitieve begaafdheid zijn in het triadisch model van Renzulli (1978) naast hoge intellectuele capaciteiten nog twee andere, volgens hem essentiële, voorwaarden opgenomen: creativiteit en taakgerichtheid.

Drie ringen-concept

Drie ringen-concept RenzulliMet creativiteit wordt creatief denken bedoeld, het out-of-the-box-denken, het vinden van originele oplossingen voor bepaalde problemen. Maar daarnaast stelt Renzulli dat je ook een hoge taakgerichtheid moet hebben om van hoogbegaafdheid te kunnen spreken, een gedrevenheid en volharding om deze problemen te willen oplossen. Terwijl de eerste component, intelligentie, als relatief stabiel kan beschouwd worden, zijn de twee andere componenten relatief afhankelijk van de taak, de persoonlijke interesse hierin en de motivatie. En net daaraan ontbreekt het vaak kinderen die aan het onderpresteren zijn.

Renzulli plaatste het drie-ringen-concept van begaafdheid (bovengemiddelde maar niet noodzakelijk superieure bekwaamheid, creativiteit en taakgerichtheid) in een geruite achtergrond die de interacties tussen persoonlijkheid en omgeving moet voorstellen. Deze bijkomende factoren helpen om de eigenschappen van begaafdheid tot ontwikkeling te brengen.

Uitdaging

In de vroege jaren '70 begon Renzulli te werken aan een ander concept van begaafdheid dat de traditionele inzichten hierover uitdaagde. Tot dan zag men een cognitief begaafde leerling als iemand die hoge scores haalde op een intelligentietest. In 1978 publiceerde het tijdschrift Phi Delta Kappan zijn artikel 'What makes Giftedness: Reexamining a Definition' (Renzulli, 1978). Sinds dit artikel begonnen wetenschappers, mensen uit de praktijk en beleidsmakers het begrip begaafdheid met een iets andere attitude te bekijken. Het Kappan-artikel uit 1978 is nu de meest geciteerde publicatie in het veld.

Literatuur:

  • Renzulli, J.S. (1978). What Makes Giftedness? Reexamining a Definition. Phi Delta Kappan, 60(3), 180-184.
Reageren
KennisbankThema'sExterne blogsProfessionelenScholen & organisatiesWerkgroepenOver TALENT