Blogoverzicht

Imposter syndroom

16 februari 2021
235

‘Ik heb gewoon geluk gehad’, ‘ik werk harder dan anderen’, ‘ik was toevallig op het juiste moment op de juiste plaats’, ‘ik verdien dit niet’, ‘ik zal binnenkort wel door de mand vallen’

Ongeveer 70% van de mensen hoort te vaak deze interne stem. 

Aangezien virussen zo 2020 zijn, verdiepen we ons liever in syndromen. Bijzonder intrigerend, ziet u. Neem nu het Stockholm syndroom. Dat heeft mede door het coronavirus een heel andere connotatie gekregen. Vanaf nu spreken we het over het Stockholmsyndroom wanneer iemand een citytrip naar Stockholm boekte, maar door de lockdown en de bijhorende reisbeperkingen deze citytrip minimum drie keer moest uitstellen.

 

Een ander fascinerend syndroom is het imposter syndroom. Dit werd voor het eerst benoemd door de psychologen Pauline Clance en Suzanne Imes in 1978. Zij stellen vast dat sommige personen, ondanks hun uitzonderlijke (professionele) prestaties, blijven geloven dat ze niet echt slim zijn. Zij wijten hun successen aan externe factoren en niet aan hun eigen capaciteiten of talenten. Ze vrezen dat er een dag zal komen waarop hun omgeving door zal hebben dat ze eigenlijk niet zoveel kunnen en dat alle successen die ze behaald hebben berusten op geluk en dat ze dus een soort van oplichters of bedriegers zijn. 

Hoewel wij spreken over het imposter ‘syndroom’, is er strikt genomen geen sprake van een syndroom. Het gaat over de manier waarop mensen gaan verklaren waarom succes hen te beurt valt. Bij het imposter syndroom is er sprake van een externe attributie: deze mensen leggen de oorzaak van succes buiten zichzelf. 

Wie tot een minderheidsgroep behoort, zal altijd een grotere kans hebben om aan dit ‘syndroom’ te lijden. Toch kan het mensen met elke socio-culturele achtergrond treffen. Het treft zelfs vaak hoogpresterende volwassenen. Hoe komt het dat ook zij aan dit syndroom lijden, terwijl hun prestaties vaak heel zichtbaar en duidelijk zijn? 

Kinderen

Hele jonge kinderen kunnen al aan het imposter syndroom lijden. Sommige kinderen merken heel sterk hun omgeving en de prestaties van anderen op en gaan zich daarop fixeren. Doordat zij zeer kritisch zijn ten opzichte van zichzelf doen zij uitspraken als: “Ik ben dom” of “ik kan dit niet”.  Ze zijn bang dat ze minder waard zijn wanneer ze iets niet meteen goed kunnen. Kinderen met imposter gevoelens, hebben een heel sterke drang om uit te blinken en de beste te zijn. Wanneer ze merken dat ze niet de beste zullen zijn, zoals bij het spelen van een gezelschapsspel, zullen ze hier vaak mee stoppen. Ze willen geen prestatie neerzetten die niet goed genoeg is.

Doordat deze kinderen nog niet goed kunnen omgaan met deze gevoelens van onbekwaamheid uiten ze deze emoties vaak d.m.v. woede-uitbarstingen of via psychosomatische klachten. 

 

Studenten

Veel hoogbegaafde jongeren hebben van jongs af aan een verhoogd bewustzijn. Ze leggen de lat hoog voor zichzelf en voelen de verwachtingen van de omgeving heel sterk aan. Bij elke nieuwe test, elk nieuw vak, elke nieuwe lesgever hebben ze het gevoel de beste te moeten zijn. De druk om uit te blinken in alles wat ze doen, samen met andere zorgen zoals zich anders voelen, zelftwijfel en het gevoel zich te moeten bewijzen of dat ze anders door de mand zullen vallen, vergt veel energie en zorgt voor aanhoudende stress.

 

Volwassenen 

Uit onderzoek blijkt dat vrouwen vaker imposter gevoelens hebben dan mannen. Meisjes zouden zich vaker aan de sociale context aanpassen en zouden daarbij hun kwaliteiten soms gaan ontkennen. 

Vrouwen worden in verhalen, van Beowulf tot Disney, geïdealiseerd en voorgesteld als bescheiden, mooi, gehoorzaam, excellerend in huishoudelijk werk, onbaatzuchtig, lief en zacht. Deze stereotypes maken het heel moeilijk om gezien te worden als sterk, krachtig, en moedig. Volgens verschillende stemmen (o.a. Noble) hebben meisjes verhalen nodig waarin vrouwen risico’s nemen, lawaai maken, moedig en zelfs onpopulair zijn.

Volwassenen met imposter gevoelens stellen hoge doelen aan zichzelf en voelen zich gefaald wanneer ze ‘maar’ voor 99% voldoen. Bij elke kleine fout stellen ze hun eigen competenties in vraag. Hierdoor voelen ze bijvoorbeeld de noodzaak om alles te weten alvorens ze aan een project beginnen of zullen ze in een vergadering geen vragen stellen uit schrik door de mand te vallen.

 

Deze “supermannen” en “supervrouwen” pushen zichzelf elke dag om nog harder te werken dan hun omgeving, om te bewijzen dat ze geen imposters zijn. 

Imposter syndroom: ook in relaties 

Deze imposter gedachten beperken zich niet enkel tot het professionele leven van een persoon. Ook in een relatie ( bv. met je partner of als ouder van je kind) kan iemand zich een imposter voelen. Elke relatie is immers gebaseerd op (zelf)vertrouwen.

Imposter gevoelens kunnen er echter voor zorgen dat men ofwel gevangen blijft in een afhankelijke relatie of dat men, in tegenovergestelde richting, net voor een partner kiest waar men het gevoel heeft er net iets boven te staan.  Deze mensen hebben schrik om afgewezen te worden en gaan relaties daarom uit de weg of durven zich niet bloot te geven. 

Wat kan je zelf doen om die imposter gevoelens te verminderen?

  1. De imposter gevoelens erkennen is een eerste stap om deze in perspectief te plaatsen en er vervolgens vanaf te komen. Maak komaf met je vaste mindset.
  2. Probeer telkens de feiten en je eigen interpretaties uit elkaar te houden. Iedereen voelt zich wel eens dom, maar het is belangrijk te beseffen dat dit een gevoel is en geen feit. 
  3. Probeer meer op de positieve kanten te focussen. Het positieve nieuws is dat een perfectionist heel graag kwaliteit wil leveren. Het verschil is dat men gerust mag streven naar excellentie in wat ertoe doet, maar dat men die lijn niet hoeft door te trekken naar routine taken.
  4. Maak fouten en vergeef jezelf als je fouten maakt. Zelfacceptatie en zelfrespect moeten niet afhankelijk zijn van het feit of je perfect bent , want dat ideaal is gedoemd om te mislukken.
  5. Visualiseer succes. Doe wat professionele atleten doen. Stel je bijvoorbeeld voor dat je die presentatie goed en rustig zal geven en iedereen het goed zal vinden. Dat beeld zal je in ieder geval meer geruststellen dan die rampscenario’s in je hoofd. Je hoeft niet zelfzeker te zijn om zelfzeker over te komen.
  6. Geef jezelf eens vaker een schouderklopje. Maak lijstjes van je sterke punten, je successen, je vaardigheden, … en grijp ernaar terug als de imposter gevoelens de kop opsteken.
  7. Wees je bewust  van de valkuilen van sociale media. Hier zie je vaak enkel de hoogtepunten van iemands leven. Ga je zo weinig mogelijk vergelijken met deze beelden. Uit onderzoek blijkt dat sociale media opwaartse sociale vergelijkingen in de hand werken: je gaat je vaak vergelijken met mensen die volgens jou superieur zijn en positieve kenmerken hebben. Vergeleken met andere mensen, kan je je inferieur voelen.

Lijden aan het imposter syndroom heeft een negatief effect op het mentale welzijn en kan de verdere groei afremmen. Echter bestaat de wereld niet uit imposters en niet-imposters. Het is eerder zo dat iedereen in een bepaalde situatie een imposter gevoel kan hebben, alleen wanneer dit echt belemmerend is om verder te groeien als persoon, kan wat extra begeleiding nodig zijn om je hierover te helpen.        

 

Meer lezen?

Mindset, de weg naar een succesvol leven, Carol Dweck

Als ik maar niet door de mand val, Sandi Mann

Smart girls Barbara Kerr 

Lean in, Sheryl Sandberg

The secret Thoughts of successful women, Valerie Young  

The sound of a silver horn: Reclaiming the Heroism in Contemporary Women’s Lives by Kathleen Noble

If I’m So successful why do I feel like a fake: The imposter phenomenon

Thema'sLeermodulesExterne blogsProfessionelenScholen & organisatiesWerkgroepenVoorbeeldscholenOver TALENT